Volvo Dolomietentocht 2000

De kop is eraf, een verslag van een ongeremde vakantie

Aanloop

Na de Vogezentocht, de Alpenrit en de Tour d’Auvergne die hij zelf had uitgezet, heeft Hugo van den Berg voor dit jaar zijn TR- en tegenwoordig ook Volvovrienden Jürgen en Ingrid Bovensiepen bereid gevonden een route uit te zetten die ons zou voeren langs interessante weggetjes door de Ardennen, Vogezen, Elzas, Jura, Zwitserland west-oost, om ons daarna een paar dagen rustig door de Dolomieten te laten toeren en ons daarna via Oostenrijk, Liechtenstein, Zwitserland, Duitsland, Frankrijk en België naar huis te laten tuffen.

Start

Het startpunt dit jaar was weer het hotel Ferme Libert in Bevercé, een dorpje in de buurt van Spa-Francorchamps.

Bij het diner wachtte ons de eerste verrassing: Herman Coops (echtgenote Coby, 544) had, om zich als nieuwkomer te introduceren, in ruil voor een potje appelmoes, voor ons allen petjes gemaakt met het logo van deze tocht, gegarandeerd een toekomstig collectors item.

Even wennen

Van hier af gingen we met de routesystemen bol-pijl en ingetekende lijn langs de rivier de Ours door Luxemburg, vervolgens een stukje langs de Moezel om via Saarland de Vogezen te bereiken, waar we midden in de bossen in de buurt van Phalsbourg overnachtten.

In het Saarland overkwam ons zelf (Hugo + Siang Phoa, 544) het eerste incidentje: een lekke band, die gelukkig geplakt kon worden, maar voor Hugo was dat een ernstige waarschuwing voor de Moskou Trophy, aangezien niemand van ons een reserve binnenband bij zich bleek te hebben, en we hebben die onderweg ook nergens zomaar kunnen kopen.

De kop eraf

In het Zwitserse autoblad ‘Automobil Revue’ werd Volvo als merk in de jaren zestig liefkozend of in ieder geval respectvol ‘de snelste tractor van de wereld’ genoemd. Deze reputatie werd weer eens eer aan gedaan, want het laatste traject kon de 544 van Toon en Mieke Boogers niet op eigen kracht verder vanwege een gebroken klepveer en moest naar het hotel gesleept worden door Jurjen en Baukje Haan met hun 544.

Onze trouwe Hugogenoten Sjef en Martha Spijkers konden dit jaar door familieverplichtingen niet mee, maar Jef kreeg om 22.30 een staande ovatie, toen hij samen met zijn monteur Frans een nieuwe cilinderkop kwam brengen. Uiteindelijk werd alleen de klepveer vervangen, maar in figuurlijke zin mocht je toch wel stellen, dat de kop er af was.

Onderweg hebben overigens Emile Berkvens (met Piet v.d. Plas) en Marc en Martine van Herpt de remmen van hun Amazons moeten ontluchten.

Over haarspelden

De volgende dag was voor sommigen in het eerste traject al bekend terrein, want 70 kilometer ‘routes forêstieres’ is te mooi om niet te rijden. Tijdens de Vogezenrit kregen wij hem aangeboden als ‘ingetekende lijn’ , wat leidde tot hilarische taferelen zoals zeven verdwaalde Klein Duimpjes in het grote donkere bomenbos, dit jaar was het een ‘bol-pijl’ , weliswaar zonder afstandsaanduiding, waardoor we lekker konden boenderen, behalve dan het team Gerrit Schotte met Ed Blonk, équipe no. treize, die ons het denkwerk voor een bijnaam uit handen namen door zichzelf ‘de Dolle Mieten’ te noemen.

Eén van de voorremmen van Gerrit’s B16 544 bleef hangen, waardoor zij bij remmen of beter gezegd vertragen, elke kant op gingen behalve de gewenste. Geen reden tot paniek voor dit tweetal, even de remtrommel er af, gangbaar maken en weer gaan….., ware het niet, dat de splitpen niet meer bruikbaar bleek. Baukje stond welwillend een haarspeld af en deze heeft het de verdere 3300 kilometer gehouden.

Bekend terrein

Vanaf Sainte Marie aux Mines, waar een congres over patchwork bezig was, over de immer fraaie Route des Crêtes en de Grand Ballon (1423 m). Dit keer met redelijk goed zicht in plaats van dikke mist zoals in 2000 en we moesten wennen aan twee voor ons nieuwe fenomenen: enerzijds de motorfietsen die met minstens 60 km snelheidsverschil voorbij stoven danwel met 260 km snelheidsverschil op je af komen, anderzijds de tientallen touringcars met grijze duifjes. De teams van André en Helmi Korstanje (1800 ES) , Dick van Leeuwen met Edwin Funck (121), hebben zich laten verleiden tot een oenologisch afzakkertje onder leiding van één van de twee solisten, Willem Jan Visser (133 GT). Waarvan acte!

Toen was zij even stil

In het Rijndal vervolgt onze beschreven weg zich door het glooiende platteland van de Elzas, om via een schitterend smal geitenpaadje van de westelijke kant van de Jura naar een dorpje in de buurt van Soloturn te voeren. Op dit geitenpad rijden overigens ook Postbussen en bij zo’n ontmoeting bemerkte Jurjen, dat zijn 544 niet meer recht remde, en met de echte passen in het vooruitzicht gaf dat aanleiding tot enige bezorgdheid.

In het hotel aangekomen gingen Martine, reeds genoemd, en Adriana (echtgenoot Louk Rietveld, 121) tegelijkertijd inchecken, terwijl Marc en Louk nog even bij de auto’s bleven. Toen hen gevraagd werd of zij een ‘Damenteam’ waren, hoefden zij niet te overleggen, en riepen volmondig ja, waarop het antwoord luidde: ‘Dann haben wir leider kein Platz für Sie.’ Adriana zit professioneel tot over haar kruin in het Nederlandse vreemdelingenrecht en was echt even met stomheid geslagen. Gelukkig kwam Marc binnen om te informeren waar hij zijn vuile poten kon wassen, en ‘so is alles reg kom’.

Poelepoelepoele

Vanaf Bettlach zou de route voeren door het glooiende binnenland van Zwitserland en vervolgens over de passen Grimsel, Furka en Klausen, om ons uiteindelijk te brengen in de buurt van Liechtenstein.

Maar eerst moesten we zekerheid hebben over de veiligheid van Jurjen en Baukje, dus ergens op zaterdagochtend een garage opgezocht en de diagnose gesteld: een terminale remklauw! Wat te doen: eerst telefonisch op zoek naar een vervangexemplaar, vervolgens maar Sjef Spijkers uit zijn bed bellen en verzending regelen. De volgende stap is een huurauto zien te vinden, waarmee je als buitenlander ook het buitenland in mag, maar tijdens de zoektocht bleek, dat het zo goed klikte tussen hen en hun liftgever, John Waanders, de andere solist, dat zij gedrieën besloten, om de rest van de rit maar in John’s 142 uit te rijden.

Om de verloren tijd in te halen zijn we, Hugo en ik, en natuurlijk John cum suis, maar over de snelweg gegaan naar het beginpunt van de 2e etappe die dag, Meiringen.

Laagvlieger

Bij de tankstop zagen we een aantal sportwagens zich klaar maken voor de grote klim: een paar Ferrari’s, Porsche Turbo’s en een Viper. Op de Grimselpas (2165 m) hebben we ze niet gezien, maar op de inmiddels breed uitgebouwde westelijke kant van de Furka (2431 m) is een 544 in de klim natuurlijk geen partij voor ze.

Afdalen is rijtechnisch moeilijker dan klimmen. De oostelijke afdaling is nog steeds zo, zoals ik me die van dertig jaar geleden herinner, en daar stuitten ze op de Amazon van Ron en Marie-Anne van Mechelen. Om den brode bestuurt Ron een Boeing 747 en als je dreigt een krasje te maken op de achterbumper van zijn 130, dan maak je kennis met het volgende fenomeen: eerst zie je wolkjes sigarenrook uit de achterraampjes komen, vervolgens rook uit de uitlaat en daarna moet je goede ogen hebben of goed kunnen rijden, om zijn kentekenplaat nog te kunnen lezen. De Ferraristi hadden het nakijken.

Ongeremd

Het volgende remprobleempje diende zich ondertussen aan, want nauwelijks 2 minuten in de afdaling van de Furka ging mijn telefoon: keer alsjeblieft om en help met, wat achteraf bleef, ontluchten van de remmen van de Canadian Amazon Combi van Hans en Anneke Dullaert. Hans kreeg hulp van Marc, terwijl Louk en Adriana goedkeurend de vorderingen gade sloegen. Marc moest overigens een langsdrager van zijn achteras opnieuw vastzetten.

De subtitel van dit verhaal heeft Adriana toen en daar bedacht.

Caracciola

Vanaf Andermatt gingen we noordelijk naar Altdorff, een leuk stadje overigens, dat wellicht ook bekend is als startplaats voor de zg. Klausenrennen, een soortement heuvelklim.

Vanaf Altdorff tot aan pashoogte (1948 m) heeft Rudolf Caracciola in 1934 in een Mercedes W125 in exact 15:22 gedaan, op het toenmalige wegdek uiteraard. Pas in 2000 is dit record gebroken met een Bugatti 35B, maar inmiddels ligt er wel asfalt!

En wij? Ach, voor ons was het vakantie, de stopwatch bleef dan ook keurig in zijn doosje.

De remmen los

Bij hotelier Fredy in Unterwasser werd het ongemerkt een dolle avond.

Hopman Hugo had om Gerry Kok (echtgenoot Fred, 544) op te beuren bij het verwerken van een ernstig ongeval van hun zoon, een Cd-tje mee genomen met muziek waarvan hij weet, dat zij die leuk vindt. En van het één, komt zoals je weet, het ander…..

De remmen gingen echt los, de voetjes van de vloer, ook de plaatselijke dorpsschone die met echtgenoot dacht rustig te gaan dineren, had weer een avond van haar leven.

Aan John viel de eer te beurt van de eerste dans met haar, en ook anderen wist zij te behagen, vooral Fredy overigens.

De volgende morgen, de ijszak nog een beetje op het moede hoofd, konden de Dolle Mieten hun achterspatbord uitdeuken, dat zowat in de band gevouwen zat. ‘Fahrerflucht’ noemen ze zoiets, maar op een dorp ligt het soms eenvoudiger, ra ra ?

Heidi

Eén van de bezienswaardigheden die ochtend zou de zg. ‘Heidibrunnen’ zijn. Nu is het een gebrek in mijn opvoeding dat ik de boeken nooit gelezen heb, maar Adriana heeft ze verslonden. Ik weet niet beter, dan dat het een Japanse tekenfilmserie is, die zich afspeelt in Zwitserland en jawel hoor, drie Touringcars vol pelgrims uit het Verre Oosten. Dus welgemoed de 4-punts gordels weer om en op weg door de heuvels met wijnranken. Langzaam aan worden de heuvels wat hoger en voor je er echt erg in hebt, heb je alweer de Fluëlapas (2383 m) en de Ofenpas (2149 m) gedaan.

 

 

Gummen

Op de Umbraïlpas (2502 m) die deels onverhard is, kreeg Hugo eindelijk eens de kans om zijn 544 goed uit te laten. Hij heeft de wagen opgebouwd voor de rallysport, vlak voor zijn beslissing om te stoppen met actieve deelname naar aanleiding van het zien van te veel gevolgen van het niet onderkennen van eigen beperkingen. Specificatie: 110 DIN-PK op de achteras, sperdifferentieel. Het toeval wilde, dat een vijftal Porsche 356’s waaronder twee Carrera’s tegelijkertijd de Umbraïl op gingen en een beetje aan het dollen waren. Nu weet Hugo uit ervaring, dat hij met zijn Triumph TR 3 in rally klims geen partij is voor deze bolides. Van zijn 544 wist hij dat nog niet zeker.

En hard ging het, oerend hard; de twee beste wagens of chauffeurs waren natuurlijk veel te snel voor ons, maar drie moesten Hugo laten voor gaan.

Het hotel van die avond was halverwege de Stelviopas (2757 m) bij de 22e haarspeldbocht van de 39. Een typisch 30-er jaren pleisterplaats, enigszins kazerne-achtig maar met zwembad en sauna, alwaar Atie (echtgenoot Nico Struving, 544) al op Hugo wachtte.

In de dichtheid van de mist die middag zou het me niets verbaasd hebben, als men pardoes langs het hotel gereden zou zijn, maar wederom waren we bij het diner voltallig. Laat op de avond een pianorecital van André met een pas-de-deux van Herman Coops.

Ontluchting van de remmen bij de 121 van Louk, en Marc heeft zijn startmotor moeten vastzetten.

Herfst in de bergen

Bij het ontbijt de volgende dag hoorde ik Hugo iets zeggen wat ik nog nooit van hem gehoord had, namelijk, dat het hem in verband met het slechte weer verstandiger leek om niet de volledige route te rijden. Dat was niet tegen dovemans oren gezegd, want het routeboek gaf echt hele kleine weggetjes aan, plaatselijk onverhard en in de mist en met zware regen kan dat soms niet echt leuk zijn. De verhalen over de alternatieve routes gaven aan, dat ook die mooi en uitdagend waren. Natuurlijk was het Hugo’s eer te na om niet te proberen de door Jürgen uitgestippelde route te rijden en hierin kregen wij gezelschap van Gerrit en Ed. Na beklimming van wederom de halve Stelvio volgde de afdaling naar het stadje Bormio om weer te klimmen naar de Passo di Gavia (2621 m) en het zou de bedoeling zijn de Passo di Vivione te rijden. Helaas versperde ons een paar kilometer voor de top een aardverschuivinkje de doorgang. We hebben in de stromende regen nog een poging gedaan om de weg vrij te maken, maar hebben uiteindelijk toch maar rechtsomkeert gemaakt. Het risico om van de weg te raken of ingesloten te worden door twee aardverschuivingen was te groot.

Kouwe kak

De route hebben we weer verderop opgepikt om via Passo di Croce Domini (1892 m) al waterskiëend te komen tot hotel Villa Luti in het dorpje Lomaso even ten noorden van het Gardameer, waar wij voor de verandering als allerlaatste aankwamen. Zoals de naam al aangeeft een oud landgoed, waar de vergane glorie dankzij de toerist nieuw leven ingeblazen wordt, een poging tot sjiekdefriemel, een beetje kouwe kak, excusez le mot.

Dat gevoel was blijkbaar wederzijds, want het blijkt achteraf, dat de reservering voor de TR-club komend voorjaar zonder opgave van redenen na ons bezoek is geannuleerd.

Ons van geen kwaad bewust, nog steeds niet overigens, verlieten wij Lomaso om langs de kleinst mogelijke weggetjes naar Selva oftewel Wolkenstein te gaan. Het routeboek gaf wederom een keur aan, aan voor ons doen inmiddels vrij lage pasjes: de Passi di Vezzera (1402 m), del Brocon (1815 m) om via Passo di Rolle (1970 m) langzaam aan weer te klimmen tot boven de twee duizend meter.

Geen Snoer Meer

Onderweg kwamen we wat struikelblokjes tegen in de vorm van wederom een gesloten -aangegeven- koffiestop en afgesloten aangeduide wegen die toch doorgankelijk bleken te zijn, totdat op een gegeven moment een noodkreet over de GSM doorkwam, omdat John’s motorblok de Jenka (wie kent die nog, dat is net zo oud als onze auto’s) bleek te dansen op zijn voortrein. Even rondgebeld, maar niemand bleek twee motorophangrubbers voor een 140 bij zich te hebben. Met de teams Gerrit + Ed en Fred + Gerry zijn wij op zoek gegaan naar John, Jurjen en Baukje die volgens hun zeggen in het noordelijke deel van de stad Trento op een parkeerplaats stonden, in de buurt van de Volvodealer.

Service

Die bleek niet nu te kunnen helpen, misschien domani of overdomani of over-overdomani en neen, stel je voor, doorsturen van bestelde en contant afgerekende onderdelen naar een hotel, daar was helemaal geen denken aan. Een tijdelijke reparatie middels andere bouten in de gescheurde rubbers was denkbaar, maar niet ter plekke uitvoerbaar, dus is het motorblok maar met ‘tie-rips’ vastgezet en zijn wij, Hugo + Siang en John c.s. over de autostrada naar het hotel gegaan, terwijl de anderen de route weer zouden oppakken.

De onvolprezen Sjef Spijkers zegde toe, dat originele rubbers zouden klaar liggen in het hotel drie dagen verder. De ‘tie-rips’ hebben het overigens keurig 130 km gehouden, net genoeg.

Vibraties

Overigens had John al langer last van ‘bad vibes’ , bijna overal is naar gekeken: ophanging van de uitlaat, koppelingsplaat, het ophangrubber van de versnellingsbak is vervangen, maar niet de voorste rubbers. Het moraal van dit verhaal: je moet ook deze rubbers tijdig vervangen en wel alle drie tegelijkertijd.

Alptraum

Het was weer een schitterende rijdersdag geweest, hoorden we van de langzaam binnendruppelende reisgenoten. Mooi weer met mooie weggetjes, pasjes en dorpjes en trouvailles van lunchadresjes. En weldra zaten we na de douche en/of sauna weer opgewekt aan de borrel te snateren in het gezellige hotel Lindner. Maar toen we aan tafel gingen, bleken er nog vier plaatsen leeg te zijn. Nu hadden Gerrit + Ed en Fred + Gerry de parkeerplaats in Trento na de werkzaamheden aan John’s auto met twee uur vertraging op het schema verlaten, maar dat mag toch geen reden te zijn om niet aan te zitten aan een heerlijke dis. Derhalve hebben we gaandeweg het diner een bepaald aspect van étiquette verontachtzaamd en gingen de GSM’s aan en op tafel; helaas telkens de voicemail of de melding ‘ geen aansluiting’. Nog tijdens de maaltijd hebben meneer en mevrouw Lindner contact gehad met de politiedistricten waar de route die dag doorheen voerde, maar daar waren (gelukkig) geen meldingen binnen gekomen van vreemde gedragingen van twee Katteruggen. Zoals je kunt begrijpen is zo’n situatie zeer verontrustend voor allen en speciaal voor Hopman Hugo.

Beren op de weg

Bij een glaasje (nou ja, één..) grappa werden de landkaarten nauwkeurig bestudeerd, onder normale omstandigheden een ontspannen bezigheid, en werd een actieplan voor de volgende dag opgesteld, teams samengesteld van chauffeurs, kaartlezers, artsen en hen die het Italiaans enigszins beheersen. Nog nooit zijn er Hugogenoten zo laat opgebleven en nog nooit was men zo vroeg voltallig bij het ontbijt. Ergens midden op de route was op de kaart een onverharde pas gesignaleerd, Passo di Cinque Croci, en Edje kennend, zou de zoekactie zich op die pas concentreren. Afgesproken werd, om pas na een verder contact met de carabinieri om 09.00 uur te gaan rijden.

Om 08.55 uur kwam het verlossende telefoontje: ze zijn ongedeerd!

Opluchting alom, ook bij de Lindners en de ingeplande rustdag kon ook echt een rustdag worden. Het verhaal over hun belevenissen kunnen zij het beste zelf vertellen.

Rustdag

Op zo’n onverwacht welverdiende rustdag, doe je wat je normaal op een gemiddelde zondag gewend bent te doen. Je gaat klussen, of wandelen, of golfen, of een eindje toeren met de auto of je gaat winkelen in de stad (Bolzano). Om bij het eerste te beginnen: de tie-rips bij John’s 142 moesten nodig vervangen worden door bouten, die gedraaid werden door een vriendelijke oudere dorpsmecanicien, wiens hobby vooroorlogse Fiats is – ja,ja natuurlijk van vóór 1914- en hij vertelde opgewekt dat de garage die nu van zijn zoon is, twee jaar geleden verbouwd is, en dat hij bij die gelegenheid om ruimte te creëren onder andere een vrachtwagentje vol stoffige Volvo onderdelen heeft laten verschroten, natuurlijk waren remklauwen en motor ophangrubbers ook daarbij. Toen het motorblok (te) goed was vastgezet door Hugo, Marc en Jurjen konden we pas aan ontspanning denken. Velen hebben gekozen voor wandelen daar hoog in de bergen in Süd-Tirol, anderen, waar onder Marc, John en Siang hebben na gedane arbeid gekozen voor de kleine toertocht over de passen di Gardena (2121 m), di Campo Longo (1875 m) –62 haarspeldbochten en minstens 65 touringcars van de permanent expresse- , di Porchoi (2289 m) en di Sella (2244 m). Daarna was er nog voldoende tijd om de middagskoffiepauze in het zonnetje op het terras van het hotel door te brengen met een paar gele vriendjes.

Pas na zessen kwamen de verloren gewaande schaapjes weer op stal, en als symbool van onze saamhorigheid, tooide Herman bij het diner eerst hen, daarna ons allen in een T-shirt met het logo van deze tocht.

Verder noordwaarts

Met de vlam in de pijp kan je onder de Brennerpas, maar dat is dus juist wat wij niet doen, want wij gaan immers zo veel mogelijk binnendoor. We verlaten Val Gardena over de Seisser Alm, en steken door naar Val di Pennes, over Passo di Pennes (2215 m), Jaufenpass (2099 m). Langs het onherbergzame landschap op het Timmelsjoch (2474 m) komen we dan in het liefelijke Oetztal. Bij Imst omhoog langs het Hahntenjoch (1894 m), door het Lechtal naar wederom een gezellig hotel met uitzicht op de spits van de Widderstein.

Onderweg zijn we in een dorpje langs een radarcontrole gekomen en het spreekt voor het bewuste en gedisciplineerde autorijden, dat niemand van ons op de bon gegaan is.

Zelfs John niet, die voor de meute uit snel naar Widderstein gereden was, om tijd te winnen ten behoeve van de montage van zijn motorophangrubbers.

Geen Sap Meer

Net toen wij ingechecked waren in het hotel, ging mijn GSM: John. De rubbers waren gemonteerd en zijn auto kon niet meer vergeleken worden met een scheepsmachinekamer, alleen stond hij nu tussen garage en hotel volledig stil. Hugo en Ron erop af, en het euvel was al snel gevonden: benzinepomp defect. Maar dit keer was de voorzienigheid met hen, want John had op de onderdelen beurs het weekend voor ons vertrek, een gebruikte gekocht èn meegenomen. Zijn auto lijkt nu bijna voorbereid op Moskou.

Afscheid van de Alpen

Als laatste post-alpine route had Jürgen voor ons een weggetje door het Bregenzerwald gevonden, geen doorgaande route en derhalve rustig, met leuke hoogteverschillen door prachtige bossen.

In een kaasboerderij nabij Appenzell was voor ons een rondleiding georganiseerd, waarbij de Zwitserse kwaliteit en precisie werd benadrukt. De gehele veestapel van de boer die aan hen mag leveren is hooguit twaalf stuks groot. Schaalvergroting zou ten koste gaan van de kwaliteit van de opgeslagen melk en rendabiliteit moet dus maar ondergeschikt zijn.

Rheinfalle

Als volgende stopplaats op het schema stond de waterval bij Schaffhausen. Voor velen het eerste bezoek. Indrukwekkend te zien hoe die gigantische hoeveelheid water naar beneden komt denderen. John c.s. zijn daar niet geweest, omdat zij Jurjens 544 gingen ophalen, die in Bettlach tenslotte een weekje vakantie heeft gehad. Het hotel van die avond lag diep in het Zwarte Woud, even onder Freiburg, nabij de Schauinslandstrasse, bekend van de heuvelklim. Eindelijk weer compleet, één 1800 ES, één 142, zeven 544’s en zeven Amazons.

Laatste loodjes

De laatste loodjes wegen zoals bekend het zwaarst. Vanuit een regenachtig Zwarte Woud bij Freiburg de Autobahn op, waar we weer moeten wennen aan de drukte en het hectisch rijgedrag. Om 09.15 staan Hugo en ik al stil in een file, oponthoud ½ uur, oorzaak: kop-staart botsing van 7 auto’s, te weinig afstand gehouden ongetwijfeld. De équipes achter ons moeten uiteraard langer wachten. Via Straatsburg noordelijk het Pfalzerwoud in, over de Schuhstrasse (vraag me niet waarom die zo heet), de Grüne Eiffelstrasse en door het natuurpark Nord Eiffel naar het dorp Bütgenbach in Duitstalig België. Een werkelijk schitterend hotel met een voortreffelijke keuken is het toneel van ons slotdiner.

Candid Camera

Tijdens het diner werd Hugo verrast met woorden van dank en een liedje vol waardering, en daagde Herman twee andere (Belgische) gasten uit tot een wedstrijdje moppen tappen. Als dan na zijn eerste Belgenmop blijkt, dat zij echt geen Ollandermoppen kennen, redt hij hun gezicht, door hen te bombarderen tot TV persoonlijkheden: kijk maar naar de volgende aflevering van Candid Camera, dan en dan op Nederland zoveel….

Sneeuwwitje en de zeven dwergen

Al de gehele rit heb ik uitgekeken naar een gelegenheid om een foto te componeren van de ES met de zeven Katteruggen. De laatste ochtend was het droog, het fout geparkeerde moderne blik werd ontruimd en de auto’s opgesteld. Maar wat bleek: er waren er wederom maar zes. Gerrit en Ed waren in alle vroegte vertrokken, omdat Ed zo nodig de eerste plaats in de Zeelandrit die hij vorig jaar won, wilde verdedigen. Niet getreurd, toch een groepsfoto geschoten, en afspraken gemaakt voor de reunie waarvan de regie in handen ligt van Atie Struving.

Wordt vervolgd

Hoezo wordt vervolgd? Heeft Hugo dan niet zijn handen meer dan vol aan het voorbereiden van de Moskou Trophy? Tenslotte is hij het geweest die samen met Jürgen en Ingrid reeds meer dan drieduizend kilometer gereden heeft om de helft van de route in een routeboek te noteren, de hotels te controleren en die zijn verjaardag, ver van zijn Ine, ten dienste van de club, ergens in de Oekraïne heeft gevierd!

Maar toch, wordt vervolgd.

K.S. Phoa

Bussum

V44 lidno: 0943