Volvo geschiedenis

Elke Volvo die geproduceerd wordt is het resultaat van meer dan zeventig jaar streven naar veiligheid. Dit betekent niet alleen dat u met een auto rijdt: u rijdt ook met een belofte. Volvo blijft zich voortdurend ontwikkelen op het gebied van veiligheid. Ook verbetert Volvo zich steeds weer om letsel te beperken en ongevallen te voorkomen. Volvo werkt aan een veiliger wereld. Volvo: for life.

 

Onverwoestbaar
Volvo is een automerk, ontstaan in het Zweedse Gotenburg in 1927. Sinds 1999 is het merk eigendom van de Ford Motor Company. De Volvo Car Corporation valt onder de Premier Automotive Group van Ford. Begin 2008 bereikte Volvo de mijlpaal van 15 miljoen geproduceerde auto’s.

 

Het Volvo-logo bestaat uit een cirkel met rechtsboven een diagonale pijl omhoog, het traditionele symbool voor ijzer. Sommige Volvo’s zijn onverwoestbaar. Hiervan getuigt het Guinness wereldrecord voor het hoogste aantal kilometers ooit door een auto afgelegd. Dit staat op naam van een Volvo P1800 uit 1966, met meer dan vier miljoen kilometer op de teller.

 

Historie
In 1907 werd de Svenska Kullager Fabriken (Zweedse Kogellager Fabrieken, oftewel SKF) opgericht. Een van de goedkope lagers die er werden geproduceerd heette Volvo, Latijn voor ‘ik rol’. De merknaam Volvo werd in 1915 officieel geregistreerd, zowel voor de kogellager als voor auto’s en andere voertuigen. Toen het niet lukte om de Amerikaanse markt open te breken met de Volvo-lagers, leidde het merk vanaf 1919 een papieren bestaan.

 

Onder leiding van Assar Gabrielsson en Gustaf Larson, de oprichters van het merk Volvo, werden vanaf 1927 in de hallen van SKF auto’s geproduceerd. Zij leenden hiervoor geld bij moederbedrijf SKF. De eerste Volvo-personenauto was een model ÖV4, een Amerikaans georiënteerde viercilinder tourer.

 

PV444
Een jaar later verscheen de eerste vrachtauto, een Type 1. Gedurende de eerste decennia domineerden de trucks en bussen de Volvoproductie. Toen in 1931 het tienduizendste voertuig werd gefabriceerd, was nog geen veertig procent daarvan een personenauto. Pas in 1949 zou Volvo meer personenauto’s dan vrachtwagens produceren.

 

Volvo leverde in die tijd ongeveer drieduizend auto’s per jaar af, voornamelijk van het model PV444. Het model met de rond aflopende achterkant, ook wel ‘Buckel’ (‘Kattenrug’) genoemd, was in het neutrale Zweden tijdens de Tweede Wereldoorlog (1944) ontwikkeld. De auto werd erg populair in het naoorlogse Europa, omdat daar schaarste heerste. De 100.000e PV444 werd in 1956 verkocht.

 

Volvo Amazon
In datzelfde jaar volgde Gunnar Engellau de directeuren Gabrielsson en Larson op. Hij voerde verschillende veranderingen door. Zo sneed hij de banden met moederbedrijf SKF door. Hij liet nieuwe autofabrieken bouwen, waaronder in Gent, België.

 

Engellau’s opvolger, Pehr G. Gyllenhammar, maakte van Volvo een breed bedrijf, waarbij de branchevreemde takken (bijvoorbeeld voedingsmiddelen) de transportdivisies zouden moeten gaan financieren. Onder Engellau en Gyllenhammar maakte Volvo een grote groei door, ook op de Amerikaanse markt. In 1960 was de jaarlijkse productie al gestegen tot 80.000 auto’s.

 

Daaronder waren veel auto’s uit de 120-serie, beter bekend als Volvo Amazon (vanaf 1956). De auto’s stonden bekend om hun grote betrouwbaarheid. Hoewel de productie al in 1970 werd beëindigd, rijden er in Zweden alleen al nog steeds zo’n 15.000 Amazons rond. Toen in 1964 de miljoenste serie 120 werd afgeleverd, was Volvo het grootste bedrijf van Zweden.

 

Veiligheid
Volvo werd bekend om zijn aandacht voor veiligheid. Verschillende innovaties op dit terrein werden door Volvo geïntroduceerd. Al in 1959 ontwierp het bedrijf de driepuntsveiligheidsgordels voor voorin de auto, en bouwde ze standaard in bij de Volvo Amazon en PV544. Heden ten dage zijn deze gordels de standaard in de gehele auto industrie.

 

Een grote stap vooruit op veiligheidsgebied maakte Volvo met de introductie van type 144 in 1966. Deze auto bezat onder meer overal schijfremmen, een inschuifbare stuurkolom, en een verbeterde gesp aan de veiligheidsgordel. De body van de Volvo 144 had vóór en achter energie-absorberende kreukelzones. De sedan werd al snel uitgeroepen tot Auto van het Jaar in Zweden.

 

Ook in de exportmarkten was de 144 (én zijn zusterauto, de stationwagon 145) een succes. De auto had mee dat hij voldeed aan een nieuwe set veiligheidsstandaarden in de Verenigde Staten, nog voordat deze was gepubliceerd. In 1975 kende de Zweedse Automobiel Associatie Volvo een gouden medaille toe, voor veiligheidsvoorzieningen op het terrein van verlichting en remmen.

 

Andere voorbeelden van door Volvo ontworpen veiligheidsaccessoires zijn het Blind Spot Information System (Dode Hoek Informatiesysteem, BLIS), het Whiplash Protection System (Beschermingssysteem tegen Whiplash, WHIPS) en het Side Impact Protection System (Beschermingssysteem tegen botsingen in de flank, SIPS). Daarnaast ontwikkelde Volvo veiligheidshulpjes voor kinderen in de auto. Een bekend voorbeeld is het naar achteren gerichte autostoeltje voor kinderen onder de vier jaar.

 

DAF
Om een kleiner model auto toe te voegen aan het assortiment, kocht Volvo in 1972 een derde van de aandelen van de personenautodivisie van DAF, de Nederlandse van Doorne’s Automobiel Fabriek. DAF bezat onder meer een fabriek in Born. Deze werd zwaar gesubsideerd door de Nederlandse overheid die daarmee de hoge werkloosheid opving in Limburg, na het sluiten van de staatsmijnen.

 

In 1975 kreeg de DAF-divisie de naam Volvo Car. Eerst werden de DAF-auto’s verder ontwikkeld onder Volvo-naam. Zo reed de DAF 66 voortaan van de lopende band als Volvo 66. Ook bleef Volvo de befaamde, automatische ‘Variomatic’ transmissie (‘het Pientere Pookje’) toepassen, onder de naam CVT. In latere jaren ontwikkelde Volvo eigen auto’s in Nederland. Dat was bijvoorbeeld het geval bij de 400-serie, die de in Nederland populaire 300-serie – nog door DAF ontwikkeld – verving.

 

De Nederlandse staat, Volvo en Mitsubishi vormden in 1991 de joint-venture NedCar, de rechtsopvolger van Volvo Car. Rond de millenniumwisseling werd Mitsubishi honderd procent eigenaar van NedCar. Het huidige Volvo Cars Nederland is dus, als Nederlands importeur van de Volvo Car Corporation, een ander bedrijf. Ook de Volvo Group, waar onder meer de vrachtauto’s worden gebouwd, is tegenwoordig een apart concern.

 

Volvo Cars Visitor Centre
Nu Volvo niet langer een fabriek in Nederland heeft, worden in Gent de huidige modellen C30, S40, V50, S60 en S80 gebouwd. De Volvo C70, S80, V70, XC70 en XC90 komen uit Zweden. De Volvo S-klasse vertegenwoordigt de veilige vierdeursauto’s, de V-klasse de stationwagons. De C-klasse bestaat uit coupé‘s met hightech interieur. Voor de avontuurlijke rijders zijn er de XC-Volvo’s, waarvan de XC60 en XC90 SUV’s zijn.

 

Overigens heeft Volvo een groot aanbod van modellen in Flexifuel-uitvoering: onder meer de V50, S30, S40 en de V70 rijden zowel op benzine als op bio-ethanol. Daarnaast zijn er de DRIVe-versies met voorzieningen die de auto’s zuiniger en schoner maken.

 

Bij de Zweedse fabriek in Torslanda (gemeente Gotenburg) is een Volvo Cars Visitor Centre gevestigd. Er is van alles te beleven, zoals een treinritje door de fabriek en interactieve tentoonstellingen over bijvoorbeeld veiligheid. Ook kunt u Volvo’s testen in het Volvo Cars Demo Center. Dit is een realistische, landelijke baan voor demonstraties, testritten en evenementen.

 

Daarnaast presenteert de personenautofabrikant zich samen met de vrachtwagen- en luchtvaartfabrikanten in het Volvo Museum. Naast historische auto’s vindt u concept- auto’s. Ook wordt de ontwikkeling van Volvo vanaf de jaren twintig uiteengezet.